Terug op de rails

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat ik de wandeling op mijn hobbelige levenspad schriftelijk heb vastgelegd. Daar zijn verschillende redenen voor maar dat ik me sinds mijn laatste bericht had neergelegd bij mijn situatie speelt hierin een niet onbelangrijke rol. 

Mijn lot was bezegeld, ik zou de rest van mijn leven doorbrengen als ijverige huismoeder en alle overtollige energie in mijn tuintje, mijn trots steken. Ik had er vrede mee genomen en voelde niet langer de behoefte om mijn dagelijkse activiteiten neer te pennen. Alle dagen leken immers toch dezelfde en veel verandering zou daar wellicht niet meer in komen. Tot plots een compleet onverwacht telefoontje halverwege de dag ergens halverwege juni in een half afgewerkt winkelcentrum in Gent mijn leven plots weer op de rails zette. De vacature waarvoor ik twee jaar terug examen had afgelegd en waarvoor ik toen net niet goed genoeg bevonden was kwam plots weer vrij. Of ik nog interesse had. Is het vreemd dat je op zo’n moment niet direct weet hoe je moet reageren? Terwijl je het langs de ene kant wilt uitschreeuwen overvalt je terzelfdertijd de angst dat je misschien na al die tijd niet meer kàn meedraaien. Misschien klinkt het raar maar ik vroeg of ik er een nachtje mocht over slapen. Het moest gewoon tot mij door dringen…

Omdat het leven een vast ritme krijgt komt er na verloop van tijd vaart in. Of is het nu net omdat de druk van de ketel is dat de weinige gebeurtenissen die je pad kruisen met een sneltrein voorbij lijken te razen. Ik vond het in ieder geval behoorlijk druk de laatste maanden. Allerlei veranderingen waren op til, alleen die ene, voor mij zo belangrijke ommezwaai bleef uit. En eindelijk was het dan toch zo ver.

Ondertussen ben ik alweer twee weken aan de slag. Dat ik twee en een half jaar uit het circuit ben geweest  heeft totaal geen invloed op mij. Ik voel me eerder alsof ik net terug ben uit vakantie en me vol nieuwe energie weer op mijn werk kan storten. Ik hoor er weer bij en het voelt verdomd goed.

Een nieuw begin

De dag kruipt tergend langzaam voorbij, net zoals de meeste dagen van het nieuwe jaar. De voorbije anderhalve maand is een aaneenschakeling van wachten geworden. Het begon vanmorgen nochtans veelbelovend. Nadat ik meer dan een maand noodgedwongen nauwelijks het huis ben uit geweest had ik ons ingeschreven voor het Valentijnsontbijt.

Een week voor Kerst kreeg ik problemen met mijn gebit. De brug in mijn bovenkaak bleek los te zitten de tandarts adviseerde me om mijn bovengebit integraal te laten verwijderen en kunstmatig te laten vervangen. Ook een aantal kiezen in mijn onderkaak waren ronduit ongezond en zouden terzelfdertijd worden aangepakt. En zo gebeurde het dat ik op vier januari om acht uur ’s morgens in de tandartsstoel plaats nam voor de start van een volledige make-over. Een akeliger start van een nieuw jaar kan je je nauwelijks voorstellen. De weken die volgden waren alles behalve aangenaam, en ik waagde me slechts heel af en toe, verstopt achter een dikke, hele grote sjaal, en enkel wanneer het écht niet anders kon, buitenshuis. Gelukkig was het weer me voor mijn vermomming gunstig gezind. Het herstel verliep naar wens en na vier weken kon ik mij eindelijk, zij het met de nodige ongemakken, weer publiekelijk vertonen. Met de woorden van de dochter “dat een vrouw ook hoge hakken draagt om mooi te zijn, niet omdat het vlot loopt” in het achterhoofd en een beetje “op de tanden bijten” lukte de aanpassing stukken beter dan verwacht.

Het evenement dat een initiatief is van onze plaatselijke vrouwenbeweging is al een aantal edities ver maar het is de eerste keer dat de echtgenoot en ik om ongeveer kwart voor negen deze ochtend onze voeten onder de tafel schuiven in de parochiezaal van het dorp waar we wonen. Het aantal deelnemers is overweldigend en het verzorgde ontbijt voortreffelijk. We vertoeven in aangenaam gezelschap en genieten beiden van deze pure verwennerij. Nadat we een stuk in de voormiddag terug huiswaarts keren besluit de echtgenoot om naar de platenbeurs te gaan. Rommel- en/of tweedehandsbeurzen zijn niet aan mij besteed, platenbeurzen al evenmin. Ik ga dan ook zelden in op de vraag om hem te vergezellen.

Om wat spaarcentjes te verdienen werken de zoon en de dochter in het weekend af en toe in een restaurant. Vooral de dochter heeft er gisteren een lange werkdag op zitten en deze voormiddag wil ze heel graag eens lekker bijslapen. Het is haar van harte gegund. Ze heeft de voorbije maanden hard gestudeerd met een schitterend resultaat tot gevolg. De zoon is gisteren na het werk bij zijn vriendin gebleven en gaat vanmiddag bij vrienden dineren. Ook hij heeft het heel goed gedaan. Hij is vorige maandag gestart in zijn stage en heeft daarmee de laatste fase van zijn studies aangevangen. Het échte leven lonkt.

Ik heb het rijk voor mij alleen. Meestal vind ik het zalig om zo’n dag aan mijn hobby’s te spenderen maar vandaag lijkt dat niet goed te lukken. Nadat ik snel nog in het naburige dorp boodschappen heb gedaan neem ik plaats achter mijn computer. Naar gewoonte wil ik eerst mijn e-mails overlopen, de sociale media uitpluizen en vervolgens de online versie van de krant lezen. Buiten lijkt de zon er maar niet in te slagen om door het grijze wolkendek te breken en met de trieste berichtgevingen in de krant verglijdt mijn gelukzalig gemoed van deze ochtend langzaam maar zeker in de duistere ravijn des levens. De dochter zinspeelt later aan tafel op mijn zwijgzaamheid en doet verwoede pogingen om me weer op de frisse graskant te trekken maar het mag niet baten. Als de echtgenoot een paar uur later thuiskomst vindt hij een zielig hoopje mens op de bank. Hij vraagt me of we nog iets doen deze namiddag. Ik schud het hoofd; ik heb nergens zin in. Lusteloos sleep ik mij nog maar een keer naar mijn computer. Ik open de site van m’n blog, pruts wat met de layout en voel plots de drang om te schrijven… Letters borrelen op in m’n hoofd en de woorden en zinnen die ik via mijn klavier naar het scherm dirigeer nemen de donkere en droevige gedachten met zich mee. Een nieuwe week kondigt zich aan.

Lief klein sterretje aan de hemel…

Daar sta je dan. Sprakeloos. Tranen in je ogen, koude rillingen over je rug. Een krop in de keel. Temidden de roes voor de komende feesten wordt je plots weer in de harde realiteit van het leven gesmakt. Pijn en verdriet haast voelbaar dichtbij…

Net wanneer ik aan de voorbereidingen van het avondeten ben begonnen gaat de telefoon over. Omdat mijn handen nat zijn vraag ik de echtgenoot die net de werkweek heeft afgesloten of hij de beller te woord wil staan. Enthousiast hoor ik hem een naam noemen die ik niet direct in onze onmiddellijke kennissenkring kan plaatsen. Denkende dat een vriend van de zoon aan de andere kant van de lijn hangt fluister ik mijn eega toe dat onze oudste niet thuis is. Met een snel wuivende hand legt hij mij het zwijgen op en terzelfdertijd zie ik zijn gelaatsuitdrukking verstarren. Oei, dat is heel erg, hoor ik hem stamelen, waarop hij vervolgd dat ik er net nog iets uit de krant over had voorgelezen. Op slag weet ik waar dit telefoontje over gaat. Toen hij een half uur voordien de keuken binnenkwam zat ik achter mijn computer de hoofdpunten van het avondnieuws door te nemen. Er was alweer een kind doodgereden. Ik vroeg hem nog of hij geen file had gehad, het was op de ringbaan gebeurd.

Aan de andere kant van de lijn hangt zijn overste. Omdat de meeste van de collega’s deze avond met verlof zijn gegaan belt hij iedereen persoonlijk op om het vreselijke nieuws te melden. Het jongste dochtertje van hun collega heeft het leven gelaten bij een tragisch verkeersongeval.

Zoiets laat je niet los. Het blijft in je hoofd spoken. Een klein mensje, net begonnen aan het grote avontuur van het leven… de nachtmerrie van iedereen die kinderen heeft. Kerstmis zal nooit meer hetzelfde zijn. We wensen de ouders en het zusje van Anouk en iedereen die in deze dagen getekend wordt door pijn en verdriet veel sterkte toe…

Pallieters voor het leven…

Dat we zo stilaan in de herfst van ons leven komen blijkt wanneer ik opsta om huiswaarts te keren.

Ontstaan uit een jeugdclub en uitgegroeid tot een volwaardige minivoetbalploeg die de tand des tijds heel lang heeft doorstaan. Een hechte bende; jeugdvrienden die een tijd geleden tot het besef kwamen dat ze elkaar de laatste jaren enkel nog op begrafenissen ontmoeten. De idee voor een reünie werd geopperd en een Pallieter waardig diende vóór de ontspanning eerst een serieuze inspanning te worden geleverd. Zo gebeurde het dat mijn echtgenoot en ik vorige zondagochtend richting Henegouwen reden waar we werden opgewacht om de dag aan te vatten met een stevige wandeling. Hoewel wij twee zelf nooit actief lid zijn geweest worden we sinds jaar en dag voor de activiteiten van de “Zwervende Pallieters” uitgenodigd. Mijn bijdrage beperkt zich tot het destijds grafisch illustreren van het tijdschriftje. De echtgenoot, in die tijd nog mijn lief, kent het gros van de bende van in zijn jeugd.

Goed ingeduffeld omdat lichte regen werd voorspeld vatten we onder de deskundige leiding van de drie organiserende en doorwinterde wandelaars een half uurtje later dan gepland de wandeling aan. Niet alleen omdat het prachtige en ongerepte parcours er nogal drassig en modderig bij ligt door de overvloedige regenval van de laatste dagen dienen sommigen onder ons gebruik te maken van stokken en/of de helpende hand van een hulpvaardige mede-wandelaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we iets later dan voorzien hongerig maar tevreden over de gesmaakte activiteit onze voeten onder tafel schuiven in brasserie Quintine in Ellezelles.

Vooral mijn rechterknie heeft te lijden gehad onder de herfstwandeling en het lange zitten aan tafel achteraf. Lichamelijk kunnen we onze leeftijd niet meer loochenen; de gewrichten kraken, de spieren zijn strammer, de haren (van de mannen) dunner en grijzer… De hechte band, de guitigheid en het enthousiasme van weleer daarentegen zijn er gelukkig nog steeds. Geestelijk voelden we ons weer dertig, vijfendertig jaar jonger. Het heeft ons deugd gedaan!

De klap van de mensen

– “En wanneer wordt de scheiding uitgesproken?”
De stem van mijn moeder aan de andere kant van de lijn slaat mij met verstomming. Mijn moeder valt wel vaker met de deur in huis maar deze keer moet ik toch even slikken.
– “Hoezo?” breng ik er na enkele seconden stilte met een hees stemmetje uit.
– “Het hele dorp is er vol van dat jullie uit elkaar gaan en ik vroeg me af waarom ik daar nog niet van op de hoogte ben” voegt ze er lachend aan toe.
– “Misschien komt dat omdat ik het zelf nu pas voor het eerst hoor?” zeg ik naar waarheid.
We zijn dit jaar vijf-en-twintig jaar getrouwd en dat hebben we het voorbije voorjaar uitgebreid gevierd. Onze relatie is er de laatste jaren alleen maar sterker op geworden. Ik ben er fier op dat we met z’n tweetjes de storm zo goed hebben doorstaan en het nieuws dat we zouden scheiden overvalt me dan ook op een onaangename manier.
Ze staaft meteen haar verhaal met échte argumenten, dat ik een activiteit bij de plaatselijke vrouwenbeweging heb afgelast “om persoonlijke redenen” en dat de echtgenoot vorige zondag zonder mij op het buurtfeest is gespot.

Het eerste is gedeeltelijk waar. Ik zou een crea-avond organiseren maar het lukte mij niet om tijdig een boeiend onderwerp te vinden. Na een zoektocht van maanden moest ik vaststellen dat er maar twee opties waren voor een geschikte creatie: of oubollig of veel te duur. Ik vond het beter om de activiteit af te blazen. Niets “persoonlijke reden” dus.
De echtgenoot is zondag inderdaad alleen naar het buurtfeest geweest. Heel even. Toen we na het driedubbele verjaardagsfeest bij mijn zus even verderop in de straat voorbij het pleintje wandelden wou hij toch nog even langs gaan. “Hier scheiden onze wegen” had hij nog grappend gezegd. Ikzelf was doorgelopen omdat ik nog wat wou strijken. De dochter zou diezelfde avond vertrekken naar Gent. Ze start dit academiejaar aan de universiteit en ze wil meteen het volledige studentenleven uitproberen, inclusief kot. Ze was vrijdagavond pas thuisgekomen van een laatste week vakantie en dus heb ik het voorbije weekend nog snel de volledige inhoud van haar valies door de wasmachine gehaald.
Bovendien was ik moe. We hadden de sleutel van het kot niet tijdig gekregen en daarom zat er niets anders op dan dat ik voor de inrichting zou instaan. Niet dat ik daar tegen aan kijk, integendeel…
Met mijn autoootje volgestouwd met meubeltjes en huishoudgerief ben ik de voorbije week meerdere keren naar Gent gereden. Een slaapbank zou ideaal zijn om logees te ontvangen dacht ik, en dus vroeg ik op mijn fb-pagina of iemand toevallig een exemplaar op overschot had. Haast onmiddellijk kwam er een reactie; of de echtgenoot op de bank moest slapen…
De drang van mensen om steeds voor iedere gebeurtenis een plausibele uitleg te vinden blijft me verbazen. Dat sommigen er dan ook nog in slagen om een eigen invulling van het verhaal de wereld in te sturen gaat helemaal mijn petje te boven. Zeker wanneer daarmee de nietsvermoedende hoofdrolspelers onterecht in een negatief daglicht komen te staan.

Hoewel ik dacht dat ik immuun ben tegen roddels ben ik toch enigzins uit mijn lood geslagen en wanneer de echtgenoot even later de oprit oprijdt haast ik me naar buiten. Nog vóór hij is uitgestapt sta ik al naast hem aan de auto en ik begroet hem veel uitbundiger dan dat ik dat normaal doe. Hij weet niet waar hij het heeft maar het is maar beter dat je iedere kans aangrijpt om dergelijke roddels meteen te ontkrachten, vind ik. Je weet maar nooit dat iemand ons hier zo hoort of ziet…
En voor de geïnteresseerden geef ik hierbij het enige en juiste antwoord op de vraag: neen, we gaan NIET scheiden!

Zalige Zomerse Zondagmiddag…

Ik heb mij met een bordje met daarop drie rijkelijk met notenpasta besmeerde boterhammetjes in de strandstoel op ons terras genesteld. Terwijl ik langzaam de eenvoudige maar heerlijke lunch verorber geniet ik van de zalige rust en de warmte van de zonnestralen op mijn blote huid.

De kinderen hebben beiden een vakantiejob in de horeca en zijn deze voormiddag vertrokken om zich aan hun dagtaak te kwijten. De echtgenoot is in zijn eentje naar de rommelmarkt op ’t Zand in Brugge. Hij houdt ervan om uren na elkaar in groezelige bakken met lp’s en muziek cd’s te rommelen op zoek naar dat éne, ultieme exemplaar dat hij nog niet in zijn bezit heeft. Hij heeft gevraagd of ik met hem meeging. Ik heb gezegd dat het me voor ons beiden interessanter lijkt als ik dat niet doe. Na een uurtje hou ik het meestal voor bekeken op zo’n markt, zeker bij zo’n stralende dag als vandaag. Wanneer ik met hem mee ga heb ik meestal al vier keer de volledige markt afgelopen terwijl hij amper tien meter ver is gekomen. Bovendien heb ik een onoverkomelijke berg strijk staan waar ik mij deze middag doorheen wil werken. Nu de zoon na twee-en-een-halve week kamp onder allesbehalve droge weersomstandigheden terug thuis is heeft de wasmachine de laatste dagen overuren geklopt. Ik vind het geen straf om met de zon op m’n rug buiten op het terras te staan strijken, dus dat komt goed uit.

Aan het eind van de tuin schrijft een libelle onleesbare, sierlijke letters in de lucht. Ik schuif het lege bord onder m’n stoel en terwijl ik mij onderuit laat zakken trek ik m’n strooien hoed voor m’n ogen. Meteen komen heerlijke herinneringen aan een fantastische zomervakantie vier jaar terug in Italië boven borrelen. Het was de eerste keer dat we Toscane aandeden. Het was de eerste keer dat we een vakantiehuisje hadden gehuurd, en hoewel ik dood kon zijn geweest toen ik bij een kleine bergwandeling een achterwaartse koprol maakte en langs de steile rotswand zo’n drie meter de dieperik in tuimelde houden we niets dan heerlijke herinneringen aan die welbepaalde vakantie over. Zelfs de littekens van de diepe schaafwonden op mijn schouders en de pijn van de vreselijke bult op mijn rechter scheenbeen die ik nog bijna dagelijks voel kunnen dat gevoel niet te niet doen.

Ik kocht de hoed aan de ingangspoorten van het idyllische Luca.

Er is sindsdien zo veel veranderd. Op alle gebied. Het is spijtig dat de mooie dingen in het leven zo vluchtig zijn, maar terzelfder tijd heeft de tijd ons geleerd dat iedere verandering nieuwe perspectieven opent. Het doet je nadenken over wat het leven te bieden heeft een leert je dat je moet genieten van kleine, eenvoudige dingen.

Een zacht gemiauw en een veeg van een warme, harige staart langs m’n blote benen haalt mij terug bij de realiteit. In m’n ooghoeken zie ik de vier overladen wasmanden op de terrastafel staan lonken. Dat is voor straks. Nu nog even genieten…

Onbepaald verlof.

We lopen met z’n tweetjes wat verloren in eigen huis. De echtgenoot is sinds anderhalve week met verlof en tot zondag dienden we enkel rekening te houden met de huisdieren. Één van onze twee kippen heeft trouwens vorige week de geest gegeven. Ik weet niet of het Thelma is of Louise, op een ochtend lag ze dood in de ren. Onze drie katten wijken amper van onze zij. Ze lijken plots verdacht graag in ons kielzog te vertoeven! Alsof ook zij de rust als vreemd aanvoelen.

Nadat we de dochter met haar vriend op zaterdag naar de luchthaven hadden gebracht was zoonlief de daaropvolgende ochtend in alle vroegte vertrokken voor drie weken kamp met de jeugdbeweging. Nu hij geen deel meer uitmaakt van de leiding heeft hij de taak van hulpkok op zich genomen. Ik ben benieuwd.

Echte plannen hebben we niet gemaakt. Hoewel we naar een weekje alleen met z’n tweetjes hadden uitgekeken voelt het onwennig. Niet dat we het niet leuk vinden, allesbehalve. Nadat de zoon vertrokken was wilden we ons zelf verwennen met een heerlijk ontbijt in zo’n super gezellig koffie- en theehuisje in de stad. Na het ontbijt bezochten we de oude markt, vandaar naar de boekenmarkt, bloemenmarkt, lunchen, terrasje… het is uiteindelijk een ganse dag Gent geworden. Een zalige start van ónze week.

We slapen langer, gaan en komen wanneer het ons uitkomt. Bij vrienden op bezoek, een onverwachtte avond Gent Jazz en met de fietsen achterop de auto richting Breskens. Mijn honderden foto’s die ik de voorbije maanden heb gemaakt zijn eindelijk weer eens geklasseerd en in albums gegoten én mijn blogs zijn ge-updated.

De dochter is ondertussen weer thuis en vandaag opnieuw aan de slag in haar vakantiejob. Op tijd opstaan, op tijd avondeten… de tijd ertussen wordt gevuld met luieren, eten en drinken. En plots voel je hoe uitputtend het dagdagelijkse leven is, zélfs voor iemand die al anderhalf jaar niet meer uit werken gaat. Sinds het vaste ritme en de beslommeringen zijn weggevallen valt het minste huishoudelijk werkje me zwaar. Vandaag heb ik de ganse dag de intentie gehad om de strijk aan te pakken, maar daar is het dan ook bij gebleven. Morgen moet ik dringend boodschappen doen, we hebben niets meer ik huis!

Ik voel me een beetje schuldig! Ach wat, ik heb toch ook recht op enkele dagen verlof? Niet?

De vier seizoenen

Op zo’n troosteloze herfstdag midden in de lente wordt het als een loodzware, kletsnatte winterjas over je heen geworpen.

Het is niet alleen die deuk in je zelfvertrouwen die maar niet uitgebuild geraakt. Net omdat je alles en iedereen wantrouwt klamp je je hoe langer hoe meer vast aan je naasten. De cirkel wordt kleiner. Doordat je jezelf wijs maakt dat het beter is zo sla je je er wel doorheen, maar de pijn is er nog steeds. De wonde heelt, het litteken blijft. Bijna twee jaar zijn voorbij sinds dat éne, korte telefoontje net vóór de aanvang van de zomer. Als een donderslag bij heldere hemel. Of ik op gesprek kon komen. De winter deed die zomer wel héél vroeg zijn intrede.

Een schuchtere avondzon doorbreekt het dikke wolkendek. Door het nog van regen bedruppelde keukenraam overschouw ik onze tuin. Ik heb deze week naar hartelust kunnen snoeien aan onze buxushaagjes en -bolletjes. Het grasveld is onkruid- en mosvrij en in de fruitbomen krijgen de vruchtjes stilaan vorm. Deze aanblik stemt mij tot fierheid en tevreden voel ik dat met de grijze wolken ook mijn melancholische bui langzaam overdrijft.

50+

Voor de derde dag op rij heb ik het ongelooflijk moeilijk om op gang te komen. Dat is niet geheel abnormaal, ik lijk hoe langer hoe meer op een oude diesel. Ik geraak heel traag op gang maar ééns gestart vlieg ik door de dag als een wervelwind. Normaal gezien. De laatste dagen krijg ik m’n motor echter niet opgestart. Ik maak me zorgen. Begin deze maand ben ik vijftig geworden. Het is niet dat ik daar echt van wakker heb gelegen, maar dat de aftakeling van mijn lichaam zo drastisch van de ene dag op de andere zou worden ingezet had ik niet verwacht.

Volgende zaterdag geven m’n echtgenoot en ik een feestje. Hij wordt in juli éénenvijftig, en gezien we nu dus beiden nog vijftig zijn leek dit een ideale gelegenheid om dat te vieren. Bovendien was het gisteren onze vijfentwintigste huwelijksverjaardag. Een tweede mijlpaal in ons leven die we niet zomaar kunnen laten voorbijgaan. Als het niet snel beter gaat met mijn gestel vrees ik echter dat we de locatie van ons feestje nog snel zullen moeten aanpassen naar een rust-en verzorgingstehuis.

Ik ga in gedachten enkele dagen terug in de hoop een geloofwaardiger antwoord te vinden voor mijn fysieke toestand. Vorige donderdag zijn we, samen met de zoon, naar Antwerpen gereden om er een concert bij te wonen. Het was de zoon die ons getipt had. Noch mijn echtgenoot noch ik waren vertrouwd met Steven Wilson. Het was voor beiden een aangename verrassing. Vrijdag zijn we gaan quizzen. Dat doen we al jaren een aantal keren per jaar. Het is niet zo dat we echte bollebozen zijn en vooral mijn bijdrage beperkt zich hoofdzakelijk tot het invullen van de antwoordformulieren (en dan nog dien ik voortdurend te informeren of mijn notitie wel juist gespeld is). Wanneer we onze ploeg op het einde van de rit zo halverwege het scorebord terugvinden zijn we al best tevreden. We vinden het vooral telkens weer fijn om in het aangename gezelschap van onze vaste teamgenoten bij te leren . En zaterdag… de nacht van zaterdag op zondag is het zomeruur ingezet! Ik haal opgelucht adem. Een verstoord bio-ritme lijkt mij een acceptabele verklaring voor mijn vertraagde diesel.

C’est la vie

Wanneer ik met mijn moeder de gang inloop op weg naar haar kamer in het ziekenhuis zie ik hem heen en weer lopen voor de deur van de kamer naast die van moeder. Ik vraag hem wat hem hier brengt. Zijn moeder. Ze is terminaal en heeft er een trombose en nu blijkbaar ook nog een hartaanval bij gekregen. Ze is acht-en-tachtig.

Net voor Kerst werd mijn vader gehospitaliseerd met een longembolie. Sindsdien floreren moeder, mijn zussen en ik heen en weer van het ziekenhuis naar het rust- en verzorgingstehuis, van daar naar het ouderlijke huis en weer terug naar het ziekenhuis. Sinds maandag is ook moeder op non-actief gezet. Een opname voor een totale knieprothese kon niet langer worden uitgesteld. Omdat ze voorlopig niet voor vader kan zorgen gaat hij bij z’n ontslag uit het ziekenhuis drie weken op kortverblijf in het rust- en verzorgingstehuis in het naburige dorp. Hij is met deze praktische regeling niet zo opgezet, maar omdat hij van haar afhankelijk is, hij wordt volgende maand vijf-en-tachtig, lijkt dit voor iedereen de beste oplossing. Moeder is tien jaar jonger en hoopt na haar volledige herstel nog een tijd voor hem te kunnen zorgen.

Hij is één van de vrienden uit de vriendenkring die dateert uit de periode toen mijn echtgenoot en ik nog niet getrouwd waren. Doordat we in dezelfde omgeving zijn blijven hangen is onze vriendenkring tamelijk hecht gebleven. We blijven elkaar geregeld tegen komen op activiteiten of op feestjes bij andere vrienden uit de groep. Spijtig genoeg ook steeds vaker op begrafenissen.
Ik bedenk dat we tot voor een aantal jaren bij een toevallige ontmoeting informeerden naar de kinderen. Vandaag is de vraagstelling naar de familiale omstandigheden twee generaties opgeschoven, van onze kinderen naar hun grootouders, onze ouders… C’est la vie.